Bouwend Nederland eist dat het kabinet de rechtse steun weigert om bouwstop te voorkomen

Den Haag, donderdag, 29 oktober 2026. Bouwend Nederland slaat alarm. JA21, BBB en SGP bieden steun aan, maar eisen afzwakking van de stikstofplannen. De bouwsector vreest direct een totale stilstand bij vergunningen.
Haagse zoektocht naar miljarden
Het minderheidskabinet zoekt naarstig naar miljardensteun om een gat van 500.000.000 euro in het belastingplan te dichten voor de deadline van 12 november 2026 [1]. Vandaag, donderdag 29 oktober 2026, ligt er opeens een aanbod op tafel [2][3]. De rechtse oppositiepartijen JA21, BBB en SGP willen het kabinet redden [2][3]. Ze beloven steun voor alle begrotingen en het belastingplan [2][3]. Hun prijs is fors: brede lastenverlichting, strengere asielregels en concessies bij medisch-ethische kwesties [2][3]. De grootste eis raakt de natuur: landbouwminister Jaimi van Essen moet zijn stikstofaanpak flink afzwakken [2][3].
Bouwsector luidt direct de noodklok
Brancheorganisatie Bouwend Nederland reageert woedend op de brief uit Den Haag [2][3]. Voorzitter Arno Visser noemt het rechtse plan een gevaarlijke valkuil [2]. Volgens hem dicteert BBB een stikstofbeleid dat de boel juist lamlegt [2][3]. Visser spreekt van een ‘offer you must refuse’ en roept het kabinet op de deal resoluut af te wijzen [2]. Nederland stond volgens de bouwbaas na jaren modderen eindelijk dicht bij een werkende oplossing voor de stikstofimpasse [2][3]. Uitstel of afstel brengt nieuwe onzekerheid [2][3]. Zonder harde stikstofregels kan geen aannemer meer een vergunning krijgen [3].
Gevolgen voor de gewone huizenzoeker
Voor de gewone burger staat er veel op het spel [GPT]. Gaat het kabinet overstag, dan dreigen bouwprojecten direct te stranden [3]. Dat betekent minder nieuwbouwhuizen voor starters en vertraging bij het opknappen van bruggen en wegen [GPT]. Wie wacht op een sleutel van een nieuwbouwwoning, vist achter het net door een vastgelopen vergunningencircus [3][GPT]. Het kabinet moet kiezen tussen een snelle politieke meerderheid of kranen die blijven draaien op de bouwplaats [2][3].