Duitse beschermdrang zet nieuwe vriendschap met Japan onder hoogspanning.

Berlijn, donderdag, 29 oktober 2026. Kanselier Merz sloot gisteren in Tokio nog een grondstoffendeal, maar Europese protectieplannen dreigen Japanse autobouwers hard te raken. Zeventig procent van auto-onderdelen moet straks verplicht Europees zijn.
Schone schijn en harde verdragen
Bondskanselier Friedrich Merz rondt vandaag, donderdag 29 oktober 2026, zijn vijfdaagse reis door Azië af [2]. Gisteren ondertekenden het Duitse ministerie van Economische Zaken en het Japanse METI nog plechtig een overeenkomst over kritieke grondstoffen [3]. Berlijn zoekt nadrukkelijk vrienden tegen de overmacht van China [2]. Toch schuurt het flink achter de diplomatieke schermen. De Europese Unie lanceerde in maart 2026 de Industrial Accelerator Act om de eigen auto-industrie met subsidies te stutten tegen Chinese rivalen zoals BYD [1]. Eerder deze maand sloten Duitsland en Frankrijk een compromis [1]. Dit akkoord eist dat minimaal 70% van de onderdelenwaarde van een wagen, exclusief de accu, binnen Europa ontstaat [1].
De rekening voor de consument
Voor de gewone automobilist dreigt dit protectionisme een gepeperde rekening op te leveren. Grote Japanse concerns zoals Toyota en Nissan steunen op fijnmazige wereldwijde toeleveringsketens [GPT]. Zij moeten nu hals over kop hun productieprocessen omgooien om aan de strenge Europese normen te voldoen [1]. Zulke gedwongen aanpassingen drijven de productiekosten fors op [1]. De koper ziet dat direct terug op het prijskaartje van een nieuwe hybride of elektrische gezinswagen bij de dealer [GPT]. Leveranciersvereniging CLEPA slaat intussen alarm: zonder bescherming staan tot 2035 zo’n 650.000 Europese banen op de tocht [1]. Het afschermen van de eigen markt kan echter evengoed leiden tot duurdere wagens en minder keuze in de showroom [GPT].
Spanning tussen twee vuren
Kanselier Merz pleit ondertussen vol vuur voor mega-handelsakkoorden met de Transpazifische Partnerschap (CPTPP) en ASEAN [2][4]. Tokio ervaart de Brusselse regels echter als een verkapte handelsmuur [1]. De voorschriften treffen straks immers niet alleen stekkerauto’s, maar via het Duits-Franse plan ook gewone benzine-, diesel- en hybrideauto’s [1]. De Europese koper betaalt zo het gelag voor dit economische steekspel [GPT]. Duitsland probeert krampachtig twee heren te dienen: vrijhandel prediken in Tokio, maar thuis de poorten van de Europese markt stevig dichthouden [1][2].