Nederland pakt miljarden uit Brussel en streept daarna de beloofde klimaatbelasting gewoon weg.

Den Haag, maandag, 26 oktober 2026. Het kabinet schaft de CO₂-heffing per 2028 af. De belofte bracht miljardensteun binnen, maar Brussel kan na 2026 niets meer terugvorderen.
Haags rekenspel met Brusselse miljarden
Het plan zit financieel slim in elkaar [1]. Ambtenaren van Financiën legden minister Eelco Heinen van de VVD en staatssecretaris Eelco Eerenberg van D66 twee duidelijke keuzes voor [1]. Schrappen in 2027 kost direct geld [1]. De Europese Commissie houdt dan ruim 1 miljard euro aan steun in [1]. Schrappen per 1 januari 2028 kost de schatkist helemaal niets [1]. Het Europese coronaherstelfonds stopt namelijk eind 2026 [1]. Vanaf dat moment heeft Brussel geen juridische middelen meer om al uitgekeerd geld terug te vorderen [1]. Nederland ontving al 3,7 miljard euro en wacht nog op 1,7 miljard euro [1]. Het kabinet strijkt dus eerst in totaal 5.4 miljard euro op [1]. Daarna gooit Den Haag de afgesproken CO₂-heffing simpelweg in de prullenbak [1].
Kritiek en deuk in betrouwbaarheid
De actie levert felle kritiek op in politiek Den Haag [1]. Oppositiepoliticus Tom van der Lee van PRO noemt de Haagse manoeuvre ronduit hypocriet [1]. Hij waarschuwt voor blijvende schade aan de Nederlandse onderhandelingspositie aan de Brusselse overlegtafels [1]. Bestuurskundige Mendeltje van Keulen ziet een pijnlijke botsing ontstaan [1]. Nationale politici kiezen voor snelle winst op de korte termijn [1]. Ze zetten daarmee harde Europese afspraken voor het klimaat opzij [1]. De ambtenaren van Financiën geven het intern al toe: de route mag formeel legaal zijn, zij is volstrekt in strijd met de geest van het fonds [1][2].
Gevolgen voor industrie en burger
Wat betekent dit voor de gewone burger en bedrijven? Grote industriële uitstoters ontsnappen aan een verplichte heffing die verduurzaming moest versnellen [1]. Vervuiling beprijzen valt weg [1]. De belastingbetaler draait mogelijk later op voor gemiste klimaatdoelen [GPT]. Tegelijkertijd zet Nederland zijn geloofwaardigheid op het spel bij toekomstige Brusselse subsidies [1]. De Europese Commissie wil het lek dichten [1]. Brussel stelt daarom nu al voor om bij toekomstige fondsen tot vijf jaar na dato geld te kunnen terugeisen [1]. Den Haag lacht nu nog in zijn vuistje, maar betaalt de rekening wellicht bij de volgende Europese onderhandeling [1].